| |
Beperkingsgroepen
Hier vind je uitleg over de indeling in beperkingsgroepen bij de Studietips. Je kunt jezelf herkennen in een bepaalde beperkingsgroep(en) als je weet in welke vaardigheid/ functie je beperkt bent als gevolg van een bepaalde aandoening.
Psychisch Psychische stoornissen zijn niet als aparte beperkingsgroep gekozen maar verdeeld in beperkingsgroepen waarvoor binnen het onderwijs voorzieningen mogelijk zijn. Zoals: Verwerken van informatie, Sociale vaardigheden, Angst/ stress, Concentratie en/ of Energie. Mogelijk bruikbare voorzieningen zijn onder deze beperkingsgroepen te vinden. Pijn Studie-oplossingen voor als je pijnklachten hebt, vind je onder verschillende beperkingsgroepen. Afhankelijk van waar je last van hebt, kijk je bij Gaan zitten, Voortbewegen of Arm&hand. Maar ook onder Energie vind je nuttige tips, bijvoorbeeld wanneer je minder kunt doen dan je zou willen en moeten. Vergeet ook niet onder Angst&stress te kijken, want pijn (of de angst voor pijn) kan zorgen voor stress. Ook kan het hebben van pijn van invloed zijn op je concentratievermogen. Hoe je daarmee kunt omgaan, vind je onder Concentratie.
Dyslexie Studenten die problemen hebben met de automatisering van woordidentificatie (lezen) en/ of schriftbeeldvorming (schrijven).
Horen Studenten die doof zijn of in verminderde mate kunnen horen. Deze studenten kunnen diverse problemen hebben zoals: zachter of niet horen of bepaalde tonen niet of minder horen, moeite hebben met onderscheiden van geluiden. Ook kunnen bepaalde tonen pijn veroorzaken.
Voorbeelden: Student met tinnitus (oorsuizen), ziekte van Menière en een student die (prelinguaal) doof is.
Zien Studenten die niet kunnen zien of een belemmering ondervinden bij het zien. Deze studenten kunnen diverse problematiek hebben zoals: minder scherp zien, beperkt gezichtsveld, beperkt diepte-inzicht, beperkte kleurwaarneming en beperkte licht-donker aanpassing.
Voorbeelden: Student met albinisme, macula degeneratie, glaucoom en een student die blind is.
Verwerken van informatie Wat betreft verwerken van informatie: Studenten die informatie/ prikkels niet goed kunnen verwerken. De problemen kunnen liggen bij het opnemen, filteren, verwerken, opslaan en terughalen van informatie. Hieronder valt onder meer: moeite met opnemen van informatie, structuur aanbrengen, onderscheiden hoofd en bijzaken, geheugenproblemen.
Voorbeelden: Student met depressie, ADHD, autisme.
Spreken Studenten die moeite hebben met praten. Studenten kunnen woordvindingsproblemen hebben, stotteren, problemen met het uitspreken van woorden of helemaal niet kunnen spreken.
Voorbeelden: Student met afasie, dysarthrie, articulatiestoornissen, afwijkend mondgedrag, stemstoornissen.
Sociale vaardigheden Studenten die moeite hebben met bewuste en verantwoordelijke interactie met anderen en hun omgeving. Zo hebben zij bijvoorbeeld moeite met: verbaliseren, initiatief nemen, conflicten hanteren, feedback krijgen/ geven en samenwerken.
Voorbeelden: Student met autisme, schizofrenie, bipolaire stoornis, angststoornis.
Angsten / Stress Studenten die zeer stressgevoelig zijn en/of slecht stress kunnen hanteren, (bijvoorbeeld door psychische problematiek, of overbelasting), of zodanig gestresst zijn dat ze er hinder van ondervinden bij deelname aan het onderwijs. Ook studenten met angsten die voortkomen uit een verstoord realiteitsbesef of wanen en fobieën en studenten met (extreme) onzekerheid/ faalangst horen onder deze categorie.
Voorbeelden: Student met faalangst, fobieën, schizofrenie, depressie, burnout.
Arm- en handfunctie Studenten die armen en/ of handen beperkt kunnen gebruiken, bijvoorbeeld door pijn, beperkingen in bewegingsomvang, gemis aan kracht, beperkte fijne motoriek en/ of beperkte coördinatie.
Voorbeelden: Student met een dwarslaesie, RSI, posttraumatische dystrofie, reuma, spasticiteit.
(Gaan) zitten Studenten die moeite hebben bij het (langdurig) zitten en het gaan zitten vanuit staande of zittende houding, bijvoorbeeld door pijn, beperking in bewegingsomvang, gemis aan kracht, verminderde rompbalans of beperkte coördinatie. Studenten die niet meer kunnen zitten en hierdoor aan bed gebonden zijn vallen ook onder deze categorie.
Voorbeelden: Student met a-specifieke lage rugklachten, reuma, spasticiteit.
(Voort)bewegen Studenten die moeite hebben met lopen of niet kunnen lopen, in beperkte mate kunnen voortbewegen, (gaan) staan, hurken, bukken en andere bewegingen van romp en benen, bijvoorbeeld door pijn, beperking in bewegingsomvang, gemis aan kracht en/ of beperkte coördinatie. De student kan al dan niet (gedeeltelijk) rolstoelgebonden zijn of loophulpmiddelen gebruiken.
Voorbeelden: Student met spierdystrofie, dwarslaesie, spasticiteit, evenwichtsproblemen.
Concentratie Studenten die problemen hebben met het richten van aandacht op een of meerdere zaken, het (lang) vasthouden van aandacht en/ of snel afgeleid worden. Veelal is een concentratiestoornis een symptoom of gevolg van een stoornis.
Voorbeelden: Student met ADHD, schizofrenie, angststoornis, rugklachten, posttraumatische dystrofie.
Energie In principe kan iedere student met een functiebeperking onder deze beperkingsgroep vallen:
- Studenten met chronische vermoeidheid als stoornis.
Voorbeelden: Student met CVS/ ME.
- Studenten met energietekort, vermoeidheid, beperkt uithoudingsvermogen, verminderde belastbaarheid als symptoom van een stoornis.
Voorbeelden: Student met depressie, kanker, diabetes, COPD.
- Studenten met energietekort, tempoprobleem, tijdsproblemen, afwezigheid, noodzaak tot (gedeeltelijk) thuiswerken als gevolg(en) van het hebben van een functiebeperking.
Voorbeelden: Student met visuele beperking, dyslexie, nierziekte.
- Studenten die als gevolg van pijnklachten minder belastbaar zijn.
Voorbeelden: lage rugklachten, chronische pijnklachten.
omhoog |